Het verstoren, vastzetten of verplaatsen van beschermde dieren in regulier grondgebruik is alleen toegestaan als er op korte termijn een bedreiging is, bijvoorbeeld als gras op korte termijn gemaaid wordt. De onderstaande methoden voor het veiligstellen, verstoren en opsporen van reekalveren zijn in volgorde geplaats van effectiviteit en efficiëntie.
Opsporen en veilig stellen
Opsporen kan op twee manieren met warmte beeld of door te voet de dieren opsporen.

Het meest effectief detecteren van reekalveren is het opsporen vanuit de lucht door een droneteam met een drone plus warmtesensor, los van de maaier. De combinatie van drone met warmtebeeldsensoren en GPS-techniek maakt het mogelijk om dieren en nesten te lokaliseren en door te geven aan de veiligstellers of de bestuurder van de machine. Met die informatie kan worden bepaald hoe de dieren veilig worden gesteld.
Laat u niet verleiden dit te doen met een gewone camera. Het risico dat u een reekalf niet vindt is groot. Als zo’n team niet beschikbaar is of mag er niet met de drone worden gevlogen dan kan het veld handmatig worden afgezocht. Dit vereist een deskundige/ervaren groep mensen die het veld afzoeken.
Zodra de locaties van de dieren bekend zijn, begint het veiligstellen.
Veiligstellen
Veiligstellen is het voorkomen dat beschermde diersoorten zoals reekalveren slachtoffer worden van activiteiten zoals maaien. Bij veiligstellen worden de reekalveren opgespoord en vastgezet of verplaatst (en vastgezet).
Vastzetten
Vastzetten is het voorkomen dat de dieren zich verplaatsen in of naar het te bewerken perceel bijvoorbeeld door het plaatsen van een koker van gaas, mand of kist om het reekalf. Als alternatief voor vastzetten kan ook gekozen worden om het deel waar het dier of nest gevonden is niet te maaien of bewerken.
Een belangrijk element in het kiezen voor de methode is de vluchtvaardigheid van het reekalf. In de eerste week zal het dier zich drukken en passief zijn als we dichtbij komen. Vluchtvaardig is als het dier al klaar ligt om te vluchten. Het is dan vaak alert op de omgeving met de kop en oren omhoog. Het risico bestaat dan dat het dier vlucht en zich elders in het te bewerken perceel verstopt. Dat willen we voorkomen.
Dat doen we door het dier voorzichtig te benaderen en daadkrachtig de mand om het dier te plaatsen. Vervolgens markeren we de plaats en geven die door aan de boer. Die zal dan na het bewerken van het hele gebied het dier los kunnen laten. Let op dat je dit loslaten goed afspreekt.
Kenniscentrum Reeën geeft de voorkeur aan het vastzetten van het reekalf onder een mand en er zo spoedig mogelijk omheen te maaien en het reekalf na het maaien van het hele perceel vrij te laten. Zorg dat je daarop voorbereid bent. Zorg voor manden en pennen om deze vast te zetten, Oefen het plaatsen van de mand over een vette ballon bij stevige wind!
Verplaatsen
Verplaatsen is dat het dier wordt opgepakt en naar een veilige plek in de omgeving wordt gebracht. Ook hier geldt dat de vluchtvaardigheid de aanpak bepaald.
Om het reekalf te vinden en adequaat op te pakken is het belangrijk te beseffen dat het reekalf graag in de vertrouwde omstandigheden is en blijft. In enkele weken leert het om, steeds beter, plotseling, te vluchten en na een korte vlucht zich te laten vallen en drukken. Daardoor laten ze een onopvallend geurspoor achter en hebben predatoren moeite om hen te vinden.
Dit gedrag kan tot eind juli optreden. Dit maakt het voor de veiligsteller in de weken na de geboorte steeds moeilijker om het reekalf vast te zetten of te verplaatsen. Het is effectief om bij het veilgstellen er vanuit te gaan dat het reekalf al kan vluchten. Zorg dat je klaar bent om het dier te pakken of de mand over het dier te plaatsen voordat het is gevonden. Wij oefenen dat door onder winderige omstandigheden een ballon onder een mand te gaan vangen.
Het in veiligheid brengen van reekalveren geeft storende geuren af.
Zorg dat het dier zo min mogelijk met ‚vreemd‘ ruikende voorwerpen in aanraking komt.
25% van de veiliggestelde reekalveren wordt zonder deze maatregelen door de moeder verstoten. Dit percentage kan worden verlaagd door het reekalf zo min mogelijk met vreemde voorwerpen in aanraking te laten komen. Pluk daarom voordat je het reekalf oppakt lang gras of bladeren en zorg dat dit gras tussen het dier en de hulpmiddelen komen.
Gebruik tijdens het opsporen en in veiligheid brengen geen nieuwe handschoenen maar gebruik handschoenen, dozen, zakken en ander gereedschap die buiten de verpakking hebben glucht.
Als het vastzetten of veiligstellen niet lukt is het zaak de situatie aan de maaier door te geven zodat deze extra goed oplet.
Ondanks deze maatregelen komt het voor dat reekalveren tussen het moment van veiligstellen en het bewerken terug gaan in het te bewerken perceel. Daarom bevelen wij aan direct te starten met de werkzaamheden te beginnen.
Opsporen en vreemdmaken
Bij vreemdmaken worden, de dag voor het maaien, voorwerpen in het veld geplaatst die bedoeld zijn om reeën zodanig te storen dat zij met hun nakomelingen weggaan. Er worden bouwlampen, radio's, vlaggen gemaakt van lakens of vuilniszakken, ballonnen of afschrikwekkende geuren gebruikt.
Vreemdmaken voorkomt niet alle slachtoffers onder reeën!
De ervaring leert dat vreemdmaken alleen vaak niet werkt. Het wordt als een bedreiging ervaren waardoor het reekalf blijft waar het op dat moment is en en de reegeit probeert het reekalf naar zich toe te halen. We adviseren daarom het perceel vooraf altijd af te zoeken bij voorkeur met een drone met warmtebeeldsensor en de ‘vreemdmakende’ voorwerpen meer dan 25 meter uit elkaar te plaatsen.
ps: Reeën wennen snel aan vreemde voorwerpen in hun ‚vertrouwde‘ omgeving. Dit maakt dat de vreemde voorwerpen binnen een etmaal de werking verliezen. Het is dan zaak opnieuw het veld vreemd te maken. Daarop os mogelijk een uitzondering: Electronische wildafweer. Nader onderzoek is nodig om te bepalen of electronische wildafweer die dagen voor het maaien in het perceel zijn geplaatst dat gebied vrij maken van wild. ps: Daarvoor hoeft niet echt gemaaid te worden.